management van projecten en processen
Datum 11/11/1999 Auteur Michiel van Geloven
Een
paar weken terug was ik een van de gelukkigen die de Amerikaanse Educause conferentie
konden bezoeken. Dat is nog eens wat anders dan een SURF Onderwijsdagje: 5000
deelnemers werden gedurende vier dagen flink beziggehouden met uiteenlopende
activiteiten over ICT in het onderwijs.
Nu denk je al gauw, dat wat je ziet op zo'n conferentie de trend is van 'het
hele land'. Als dat zo is, dan kunnen we gevoeglijk constateren dat ons land te
klein is voor serieuze ICT-projecten in het onderwijs. Een beetje universiteit
in de VS heeft 100 000 studenten op niet meer dan een handvol campussen, een
stevige centrale regie en genoeg geld om zelfs projecten waarin ICT de trom
slaat succesvol af te ronden: THINK BIG.
Maar goed, de Amerikaanse traditionele instellingen voor hoger onderwijs moeten
ook wel: het bedrijfsleven heeft het geld in deze markt allang geroken en
opereert er naar hartelust. Daarmee doen ze op z'n minst een hele grote greep
in de markt van postdoctoraal onderwijs, een onderwerp waar onze Nederlandse
hoger-onderwijsinstellingen op dit moment voorzichtig aan snuffelen, hier en
daar enig succes scoren maar vooral ook nog veel geld verliezen doordat ze nog
helemaal niet klaar zijn voor deze hectische wereld.
Als je kijkt naar de projecten die op de Educause zoal gepresenteerd werden,
dan kun je je vingers aflikken bij grote elektronische bibliotheken,
allesomvattende digitale leeromgevingen en gigantische resources met
gedigitaliseerd videomateriaal dat studenten online kunnen raadplegen. Een
sterke trend die daarnaast opviel heet 'wireless': alles en iedereen lijkt
draadloos te gaan communiceren met het campusnetwerk en dus ook met internet,
met gewone notebooks of met sophisticated palmtopjes. Schitterende staaltjes
van de techniek allemaal. En daarmee raken we meteen de zwakte van de
Amerikanen: gedreven door een sterke technology push wordt alles in de computer
gestopt of op z'n minst met een vette laag ICT-saus overgoten. Echter, een
gedegen onderwijskundige visie moet je met een zware search engine zien te
vinden, want hoewel we de Educause conferentie bezochten, was er niet veel
sprake van werkelijke educatieve vernieuwing.
Laten we de boel eens omdraaien. Stel, SURF organiseert de Educause in 2003
(eerder kan niet, want die liggen al vast: THINK BIG). Waarmee gaan wij dan die
Amerikanen eens om de oren slaan? Ons onderwijs is niet in het Engels
(wettelijk hebben studenten nog steeds recht op Nederlandstalig onderwijs), ons
land is te klein voor zelfs maar één universiteit (nou vooruit, als we alle
HBO- en WO-instellingen samenvoegen, kan het misschien net, maar dan moet het
aantal 'lesplaatsen' wel drastisch omlaag). Wat hebben we dan? Misschien
Vespucci? Polaris? Wat zijn die projecten dan meer dan al die Amerikaanse
projecten die we tegen die tijd vol bewondering full-swing online hebben kunnen
volgen via Internet2?
Op één front kunnen we de Amerikanen vast verslaan: met onze weloverwogen
didactische aanpak en met onze onderwijsevaluatiecultuur. Daardoor weten wij
veel beter dan zij wat het effect van ICT op het curriculum nu werkelijk is,
kunnen we veel beter dan zij anticiperen op te verwachten problemen met
studeerbaarheid, hebben we meer grip op het innovatieproces. Wij kunnen dan
zeggen: kijk, we hebben Teletop bedacht, ontwikkeld en ingevoerd, we hadden
die-en-die verwachtingen, het ging zo-en-zo, we hebben dit-en-dat geleerd en in
de toekomst moet het dus zó.
En daar hebben ze dan mooi niet van terug!
Michiel van Geloven, Universiteit Twente.
laatst gewijzigd op 4 februari 2008